De vrouw werd om 14.40 uur gevonden door passanten.
Ze dachten dat ze onwel geworden was, maar ze bleek te zijn neergestoken.
De dader was volgens de politie een man gekleed in een blauwe winterjas met capuchon en een
donkere joggingbroek.
De politie hield de 27-jarige Mert Ali P. aan, die in een psychiatrische inrichting nabij Den Dolder verbleef, waar licht verstandelijk gehandicapten met een psychische stoornis worden behandeld.
Dat hij daar was opgenomen, was niet omdat hij een strafbaar feit had gepleegd (zoals bij tbs). Hij was ook niet ongeoorloofd buiten.
Na verspreiding van het signalement had de inrichting met de politie gebeld.
In De Stentor vertelden medewerkers van de instelling over Mert P.
Hij is niet alleen (licht) verstandelijk gehandicapt, maar heeft ook psychiatrische stoornissen: autisme, sociale angst en affectieve psychose.
In zijn woonplaats Heerhugowaard had hij eerder willekeurige voorbijgangers in het gezicht geslagen.
Die fatale dag stond het 76-jarige slachtoffer bij het boekenkastje te kijken naar de inhoud ervan.
Onduidelijk is nog waar P. het mes vandaan had. Nam hij dat mee uit de kliniek of kreeg hij het in zijn bezit nadat hij de kliniek had verlaten?
Hier een foto van de instelling waar de verdachte zat, vermoedelijk ontworpen door een van de bewoners van de kliniek.
Tijdens de inhoudelijke behandeling werd duidelijk dat P. de vrouw met een 19 cm lang mes bovenhands van achteren in haar hoofd had gestoken.
En in haar nek en rug. Zeventien keer.
Het Openbaar Ministerie eiste 6 jaar en tbs met dwangverpleging.
Maar dat vond de rechtbank niet voldoende, in vergelijking met soortgelijke moorden: 8 jaar en tbs met.
Volgens de rechtbank had P. een vooropgezet plan had om iemand te doden.
Moord, dus.
Hij had op internet namelijk gezocht naar een mes. Hij kocht een mes en verstopte dat ergens in de openbare ruimte.
In zijn telefoon noteerde hij waar precies.
Ook zocht hij naar de straffen voor moord. En uit bewakingsbeelden bleek dat hij uitkeek naar oudere mensen.
Ofwel: mensen met weinig weerstand.
Deskundigen hielden het voor mogelijk dat P. geheel ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van de moord, maar hadden dat niet kunnen vaststellen.
Dus ging de rechtbank ervan uit dat hij niet geheel ontoerekeningsvatbaar was.
De echtgenoot van het slachtoffer start een rechtszaak tegen Fivoor, de inrichting waar P. zat. Hij verwijt de kliniek dood door schuld.


