Omstanders belden de politie toen de Pool Pjotr W. om 6.45 uur de steigers beklom die tegen een flat stonden en dreigde naar beneden te springen.
Agenten konden hem daarvan weerhouden.
Eenmaal beneden vertelde W. waarom hij zelfmoord had willen plegen, althans daarmee had gedreigd: hij had zijn 80-jarige moeder vermoord.
Althans gedood.
Het slachtoffer werd op de benedenverdieping van hun woning gevonden. In de kamer die ze daar deelden.
Een kamer van 12 vierkante meter.
De andere kamers in de woning waren ook aan arbeidsmigranten verhuurd.
W. was zo'n twintig jaar eerder naar Nederland gekomen om hier meer te verdienen dan in Polen.
Zijn moeder had hij vijf jaar later opgehaald, want niemand kon daar voor haar zorgen.
Hij had dus vijftien jaar voor haar gezorgd toen het misging. Navrant: een week later hadden ze weer naar Polen zullen terugkeren.
Tijdens een regiezitting stelde de advocaat van de verdachte dat W. er niet meer tegen kon dat zijn moeder dementeerde.
Hij werkte voor weinig geld in een wasserij, in wisseldiensten, sliep op de bank (het bed was voor zijn moeder) en moest elke dag vroeg op.
Net als de andere arbeidsmigranten in het huis.
Als moeder niet sliep, schreeuwde ze. Tot wanhoop van Pjotr en tot ergernis van zijn huisgenoten.
Op enig moment hield hij zijn hand op haar mond. Om haar stil te krijgen. In ieder geval iets te lang als hij haar niet had willen doden.
Pjotr legde een pyjamabroek over haar gezicht en ging naar bed. De volgende dag zag hij dat ze dood was, ging naar buiten en beklom de steiger.
Het wrange: hij wilde naar Polen terug om haar te laten opnemen.
Het Openbaar Ministerie eiste 6 jaar, minder dan de gemiddelde straf voor doodslag, oudermoord.
De rechtbank kwam tot 3,5 jaar. Doodslag kent (gelukkig) geen minimumstraf.


